Voorlopig akkoord: impact voor de verschillende groepen

De 25-jarige, de 45-jarige of de 65-jarige: voor welke groep is de meeste impact in het voorgestelde pensioenstelsel? Een ruwe schets voor vier leeftijden:

85-jarige 
Allereerst de 85-jarige. Dat de AOW-leeftijd minder hard stijgt, maakt voor hen natuurlijk geen verschil. Maar dankzij de nieuwe pensioenregels kunnen pensioenfondsen sneller gaan indexeren, oftewel de pensioen compenseren voor de inflatie, zegt Roel Mehlkopf van financieel risicobeheerder Cardano. “Het pensioen van de 85-jarige wordt dus eerder verhoogd.”

65-jarige 
Nog meer voordeel van het pensioenakkoord heeft de 65-jarige. Allereerst kan hij eerder met pensioen dan verwacht, omdat de AOW-leeftijd is bevroren. Ook heeft de 65-jarige er baat bij dat zijn pensioenfonds sneller mag gaan indexeren. En als zijn fonds er financieel slecht voor staat, heeft hij ook nog het voordeel dat de dreigende pensioenkorting helemaal of deels van de baan is.

Het verlagen van de pensioenen gebeurt straks pas als een fonds onder een dekkingsgraad van 100 procent zakt, voorheen was dat nog 104 procent. De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre een pensioenfonds voldoende geld in kas heeft om de pensioenuitkeringen te betalen.

45-jarige 
Voor wie pakt dit akkoord vooralsnog het slechtst uit? Dat is de 45-jarige. Tenminste, als het niet lukt het heikele probleem van de doorsneepremie op te lossen. Die doorsneepremie moet worden afgeschaft, daar is iedereen het over eens. De kosten van de afschaffing zijn echter fors: tussen de 60 en 100 miljard euro.

Een individuele pen­si­oen­deel­ne­mer betaalde als jongere te veel, maar dit werd gecompenseerd doordat hij als oudere eigenlijk te weinig betaalde

Waarom de doorsneepremie moet verdwijnen? Omdat het eigenlijk niet zo eerlijk is dat jong en oud dezelfde premie betalen. De premie van een jongere kan namelijk langer renderen en dus een grotere bijdrage leveren aan de pensioenpot. De premie van een oudere heeft juist minder tijd om te groeien.

Nu was dit niet echt een probleem toen het pensioenstelsel ooit werd bedacht en de meeste werknemers hun leven lang in loondienst bleven. Een individuele pensioendeelnemer betaalde als jongere te veel, maar dit werd gecompenseerd doordat hij als oudere eigenlijk te weinig betaalde. Maar inmiddels verlopen carrièrepaden vaak veel grilliger. Wie na twintig jaar in loondienst op zijn 45ste voor zichzelf begint, heeft een probleem. Hij heeft meebetaald aan andermans pensioen, maar profiteert zelf niet meer van deze systematiek.

Iets soortgelijks gebeurt er als de doorsneepremie straks wordt afgeschaft. Mensen van tussen de veertig en zestig hebben wel als jongere te weinig pensioen opgebouwd voor hun inleg, maar juist op het moment dat zij voordeel hebben bij het systeem, houdt het op te bestaan. Het plan is wel de lasten voor deze leeftijdsgroep te verdelen over meerdere generaties en uit te spreiden in de tijd, maar uiteindelijk moet per pensioenfonds uitgedokterd worden hoe dit kan. “Het is nog onduidelijk wie dat gaat betalen”, zegt Jeroen Koopmans van adviesbureau Lane, Clark & Peacock. “Het zou ook kunnen dat deze lasten vooral bij werkgevers terechtkomen.”

25-jarige 
Dan de 25-jarige. Deze heeft vooral baat bij het afschaffen van de doorsneesystematiek: niet langer draagt hij met zijn premie-inleg bij aan de pensioenopbouw van ouderen. Een klein nadeel is er ook, want de 25-jarige zal moeten meebetalen aan de lasten die de afschaffing met zich meebrengt.

Een ander nadeel voor de 25-jarige is dat pensioenfondsen sneller indexeren en dus meer geld uitkeren aan ouderen. “Geld dat je nu uitgeeft, kun je later niet uitgeven”, zegt Koopmans. Dat je eerder in­dexeert, maakt het nieuwe pensioenstelsel dus minder gunstig voor jongeren.” Maar Mehlkopf wijst erop dat er ook sneller gekort gaat worden op de pensioenen als dat nodig is. En dat de pensioenen sneller worden geïndexeerd is ook weer geen gigantisch nadeel voor jongeren, zegt hij. “Het is maar een klein minnetje.”

 

Bron: Trouw