AOW-leeftijd wordt bevroren op 66 jaar en stijgt minder snel

De AOW-leeftijd stijgt volgens de huidige plannen in 2021 naar 67 jaar en wordt daarna gekoppeld aan de levensverwachting. Die koppeling is nu een op een. Dit wil zeggen dat iedereen een jaar langer moet doorwerken als Nederlanders ook gemiddeld een jaar ouder worden.

Er is een compromis bereikt waarbij de AOW-leeftijd de komende twee jaar wordt bevroren op 66 jaar en vier maanden en daarna geleidelijk stijgt naar 67 in 2024. Vanaf dan willen de onderhandelaars de genoemde koppeling loslaten. In het voorstel moeten werknemers acht maanden langer doorwerken als Nederlanders gemiddeld een jaar ouder worden. Het kabinet wil daar structureel 4 miljard euro voor vrijmaken.

Eerder stoppen met werken en zzp-pensioen
Er komt een regeling voor werknemers met een laag inkomen die eerder willen stoppen met werken. Nu moet iedereen die voor zijn pensioendatum wil stoppen een fiscale boete betalen. Het kabinet wil daarmee voorkomen dat er massaal gebruik wordt gemaakt van vroegpensioenregelingen.

In het plan wordt er voor mensen met een jaarinkomen tot 19.000 euro een uitzondering gemaakt. De boete gaat pas gelden vanaf dat bedrag. Er is ook een afspraak gemaakt over pensioenen voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers). Het moet voor deze groep makkelijker worden om zich aan te sluiten bij een pensioenfonds. Dit wordt echter geen verplichting. Zzp'ers zouden zich volgens de onderhandelaars wel verplicht moeten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.

Pensioenakkoord
Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) heeft met werkgevers en werknemers een principeakkoord bereikt. Zij moeten de plannen nog wel voorleggen aan de eigen achterban. Veel hangt af van wat het ledenparlement van de FNV hierover te zeggen heeft. Als de grootste vakbond van het land ermee akkoord gaat, dan zijn GroenLinks en PvdA ook sneller bereid om te tekenen. Deze partijen zijn nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer.

Verder willen de partijen de zogenoemde doorsneesystematiek afschaffen. Volgens deze systematiek betalen jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde premie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud.

Jongeren
De inleg van jongeren (in dit geval 45 jaar en jonger) is meer waard dan die van ouderen, omdat hun geld langer kan renderen. Het afschaffen van de doorsneesystematiek kost wel 60 miljard euro in pensioenopbouw van vooral oudere werknemers. De vakbonden hebben altijd gezegd dat zij daarvoor gecompenseerd moeten worden.

 

Bron: nu.nl