Impressie Themadag Sleutelscènes 9 juni 2010

Vrijwilligers van patiëntenorganisaties ondersteunen lotgenoten, geven voorlichting zowel intern als extern en behartigen de belangen van hun leden/donateurs bij externe organisaties. Dit doen zij op basis van een bijzonder soort kennis namelijk ervaringskennis; zonder zich daar al te veel van bewust te zijn. De vrijwilligers dragen hun ervaringskennis over vanuit  ervaringsdeskundigheid. De begrippen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid worden veel en vaak gebruikt, maar meestal met te weinig aandacht voor de inhoud er van.
Tijdens de themadag stond het opsporen en zichtbaar maken van ervaringskennis met behulp van Sleutelscènes centraal. De methode Sleutelscènes is ontwikkeld door Ed van Hoorn en inmiddels bij een aantal patiëntenorganisaties met succes uitgevoerd.

Ervaringskennis is een ‘nieuwe’ kennissoort die tot nu toe onderbelicht is geweest (of genegeerd of ontkend). Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid zijn het exclusieve domein van de ervaringswerker of ervaringsdeskundige.
Tot nu toe was ervaringskennis altijd onlosmakelijk aan het individu gebonden met als resultaat dat als iemand ophoudt of wegvalt meteen ook zijn ervaringskennis verdwijnt. Dat moet anders. We moeten er voor zorgen dat ervaringskennis wordt 'losgeweekt' van individuen zodat het bewaard kan worden en de ene persoon de ervaringskennis van anderen kan raadplegen op een moment dat hem goed uitkomt. Daarvoor moet je drie problemen oplossen:
*  hoe spoor je ervaringskennis op?
*  hoe bewaar je het?
*  hoe kunnen anderen ervaringskennis raadplegen?

Waar komt de belangstelling voor ervaringskennis vandaan?

  • Toename contact tussen lotgenoten via internet, op internet zoekt en krijgt men andere informatie dan die van de professional.
  • Er zijn/komen steeds meer mensen met beperkingen die uiteindelijk niets meer bij de dokter te zoeken hebben maar wel verder (moeten) leven met hun beperking en daarvoor motivatie, hoop en informatie zoeken.
  • Voor die mensen is steeds minder belangrijk wat de wetenschap er van vindt en steeds belangrijker om te weten hoe lotgenoten hun problemen oplossen, daar leert men van.

Wat is ervaringskennis wel en wat is het niet?

Ervaringskennis …

  • is sterk gebonden aan twee dingen: aan het type beperking dat iemand heeft en aan de interacties/situaties waarin men terecht komt door die beperking. Een voorbeeld: een slechtziende die speciaal onderwijs heeft gevolgd zal tot op zekere hoogte over andere ervaringskennis beschikken dan een blinde die zijn jeugd in een internaat heeft doorgebracht.
  • is kennis over hoe te leven met een blijvende beperking. En omvat dan ook in principe alle levensterreinen. Het kan net zo goed gaan over patiënt zijn, als over leerling zijn, als over opvoeder zijn, als over reiziger zijn als over…, enz. Op al die levensterreinen die niet door professionals zijn bezet is de betrokkene zelf de grootste autoriteit.  Ervaringskennis is dus altijd sterk verbonden met de rollen die je in je leven belangrijk vindt en wil spelen en met activiteiten die je onderneemt. Ervaringskennis beperkt zich dus duidelijk niet tot alleen de patiëntenrol!
  • heeft niet de ambitie om waar te zijn, maar wel om bruikbaar te zijn. Uiteindelijk is ervaringskennis een set van tips, regels, adviezen voor hoe te handelen waar de ander zijn voordeel mee kan doen als hij zich er in herkent. Of zich er juist niet in herkent, want  ook dat geeft richting aan het handelen. Het bijzondere van ervaringskennis is dus dat de geldigheid van de kennis, of de bruikbaarheid, wordt bepaald door de ontvanger en niet door degene die de kennis verstrekt. Dat leidt tot gelijkwaardige verhouding tussen gever en ontvanger van ervaringskennis.
  • begint met individuele ervaringen die worden gedeeld en uitgewisseld met anderen waardoor wij-kennis ontstaat. Ervaringskennis wordt dus breder en dieper naarmate meer mensen hun kennis uitwisselen, vandaar dat ervaringskennis nooit af of klaar is, er wordt voortdurend aan gewerkt. Van ervaringskennis ben je niet alleen consument, je produceert het ook zelf. Door je ervaringen toe te voegen.

Waarvoor kan ervaringskennis gebruikt worden?

A)
In de dienstverlening aan de eigen leden of aan mensen uit het publiek.
In eigen kring: in lotgenotencontact, telefonische spreekuren, zelfhulpgroepen, fora- en chat-groepen.
Dienstverlening aan het publiek: nieuwe producten of aanbieders, aanhaken bij bestaande diensten (lotgenotenpoli's, groepspraktijken, ACT teams, reïntegratietrajecten, etc.).
B)
In de belangenbehartiging, beleidsbeïnvloeding, protocollering, standaarden, planning en bouw, onderzoek.

NB
In het tweede geval (B) worden meer eisen gesteld aan representativiteit (validatie) van de kennis, in het eerste geval (A) staat het gebruikspotentieel voor de ontvanger voorop.

Aansprekende voorbeelden waarbij ervaringskennis daadwerkelijk wordt gebruikt:

Waaruit bestaat de methode voor het opsporen van ervaringskennis?

  1. Begin met het vaststellen van een probleem dat je met behulp van ervaringskennis kunt oplossen (pas op: sommige problemen die verenigingen hebben vereisen een hele andere benadering bijv. via belangenbehartiging of logistieke oplossingen). Stel tevens het gebruiksdoel vast (intern of extern).
  2. Formeer een eerste groep mensen van maximaal acht deelnemers die ervaring hebben met het probleem of de situatie waarin het probleem speelt. Inventariseer met deze groep belangrijke sleutelscènes en spoor de kennis op die aan deze scènes (kleeft). Met als uitgangspunt de vraag: “Wat heb jij toe gedaan/gedacht en welk advies heb je voor iemand die ooit in dezelfde situatie komt?”
  3. Formeer een tweede groep (1e validatiegroep) om resultaten van de eerste groep aan te vullen, uit te breiden (pas op: de bedoeling is niet dat deze groep een goed of fout oordeel uitspreekt).
  4. Vraag een groep senioren uit de vereniging (2e validatie) of zij het werk van de vorige groepen wil aanvullen, verdiepen, verbreden.
  5. Zoek een vorm om de resultaten vast te leggen: bijvoorbeeld digitale kenniskaarten (astmafonds), publiceer de resultaten en laat weten hoe anderen de resultaten kunnen gebruiken, en aanvullen.

Wanneer kun je hiermee als vereniging aan de slag?

  • Als je wilt en kunt investeren (in tijd, soms in geld).
  • Als het een oplossing is voor een probleem.
  • Als je er collectief het belang van inziet, bijvoorbeeld om strategische redenen (bijvoorbeeld omdat je de organisatie als kennisorganisatie wil positioneren).
  • Als je blijvend aandacht voor het thema kunt genereren.
  • Als je intern een sterke trekker hebt.
  • Als je extern een partner zoekt (bijvoorbeeld Odyssee).
Met dank aan Ed van Hoorn!

NB: Wat zijn sleutelscènes?

  • Een moment of gebeurtenis die er voor de persoon uitspringt omdat er toen iets gebeurde wat men van belang vindt, bijvoorbeeld omdat men iets moest doen, vinden of reageren. Een situatie, kortom, die om een reactie vroeg.
  • Bovendien was die reactie sturend, dat wil zeggen dat de reactie als doel had om de situatie te beïnvloeden.
  • In die reactie zit overdraagbare kennis.
  • Situaties of momenten die iedere patiënt (met dezelfde beperking) met een zekere waarschijnlijkheid mee zal maken.
  • Sleutelscènes kunnen op alle levensterreinen voorkomen.